De Himba's

 

 

 

In 2002 maakten Katrien en ik een 18-daagse reis in Zuid-Afrika. We reden met een huurwagen van Kaapstad naar Johannesburg. Bij aankomst in Johannesburg hadden we ongeveer 5500 km gereden. Heel wat gezien en beleefd, dus. Enkele persoonlijke hoogtepunten: Oudtshoorn, het Hluluwe wildreservaat, een onvergetelijk bezoek aan de Zulu's en natuurlijk het Kruger National Park waar we erg veel geluk hadden en 'the big five' te zien kregen. Het was een onvergetelijke reis. Een reis waarbij ik gebeten werd door de 'Afrika-bacterie': hier zou ik terugkomen, hier zou ik wel kunnen blijven. Tijdens één van onze interessante ontmoetingen met reizigers uit andere verre oorden, kwam Namibië ter sprake: in dit onherbergzame land zou de natuur nog ongerepter zijn en de landschappen niet te evenaren, wisten de enthousiaste tafelgenoten te vertellen.

In juli 2004 was het zover: we maakten een rondreis met huurwagen door Namibië, de parel van Afrika. De schoonheid van dit land is niet met woorden uit te drukken. Al na twee dagen had ik het gevoel dat mijn zintuigen het gingen begeven, zoveel oogverblindende schoonheid was moeilijk te vatten. Als je om zes uur 's morgens de zon ziet opkomen boven een meer vol pelikanen en het enige geluid dat je kan horen veroorzaakt wordt door de vissen die de zon groeten, word je stil vanbinnen. In Namibië heb ik voor het eerst ontdekt wat stilte betekent: je hoort er elk takje kraken als de woestijnwind door de dorre bomen waait.

De bekroning van onze reis was ons bezoek aan de Himba's. Een lokale stam waarvan de vrouwen zich inwrijven met dierenvet en oker, waardoor ze een prachtige rode gloed krijgen in de woestijnzon. De Himba's horen ongetwijfeld bij de mooiste mensen die ik ooit heb gezien. Van de Himba's word je sprakeloos. Katrien moest me tegenhouden, want ik zou al onze filmrolletjes besteed hebben aan die mooie vrouwen en kinderen.

Eens terug in België, wou ik met die onverteerbare schoonheid die zich in het hart genesteld had iets doen: ik besloot te gaan schilderen en ging naar de lokale papierwarenwinkel voor schildersmateriaal. Ik wilde die unieke rode gloed en schoonheid van de Himbavrouwen vereeuwigen. Het zou olieverf worden: dat voelde goed aan; het aardse karakter sloot goed aan bij dat van de Himba's. Toen ik mijn beginnerset wou betalen aan de kassa, sprak de vriendelijke kassabediende me aan: "Leuk, u gaat schilderen… spijtig genoeg kan ik daar zo weinig tijd voor vrijmaken". Ik verklaarde: "Ik heb nog nooit geschilderd…" De dame reageerde prompt: "Hebt u dan geen medium nodig?" Ik duizelde en wist niet wat ze hiermee bedoelde. Na een korte uitleg begreep ik dat ik het zonder dat oplosmiddel op basis van terpentijn en lijnolie niet ver zou schoppen. Deze onverwachte ontmoeting was van bijzondere waarde, want later zou deze fantastische vrouw me nog helpen bij het zoeken van een geschikte omlijsting voor mijn eerste werkje, 'The Himba woman' (18 x 24) , zichtbaar op de hoofdpagina van deze website. Het is moeilijk te geloven, maar vóór dit kleine meesterwerkje had ik nog nooit een penseel ter hand genomen. Ik heb er acht lange dagen onafgebroken met hart en ziel aan gewerkt, maar het resultaat is er: vol binnenpretjes lacht ze me alle dagen toe vanuit de huiskamer… Soms is ze verdrietig en soms kijkt ze: "Wat heb je nu weer uitgespookt?"

Oordeelt u zelf maar…